Het van oorsprong Germaanse woord 'Heiden' staat voor 'heidebewoner'; iemand die de goden van het land aanbidt. Vandaag de dag wordt het woord hoofdzakelijk gebruikt door hen die hun leven wijden aan de Germaanse spiritualiteit, ofwel het Germaanse Heidendom.
De Germaanse Geest
De mythologie der Germanen is veel meer dan slechts een verzameling mooie en angstaanjagende verhalen. Mythes liggen aan de basis van het ontstaan van beschaving, het zijn de wortels van ons 'denken' en van ons 'zijn'. Als zodanig representeren zij het wezen van de Germaanse beschaving. De Germaanse mythologie biedt ons wezenlijke antwoorden op de mysteries van het menselijke bestaan en biedt een duidelijke richtlijn voor moreel- en sociaal gedrag. Het Heidendom geeft ons een inzicht in de absolute essentie van de Germaanse identiteit.
Het Heidendom leert ons bovenal dat de mens drager van zijn eigen lot is. Door middel van onze acties en verwezenlijkingen kunnen wij het leven in eigen hand nemen. De Goden leren ons door het voorbeeld van hun leven. De negen nobele waarden*, zoals deze in de Edda en andere Germaanse overleveringen door zijn gegeven, vormen de morele richtlijn van ons handelen.
De deugd die de Germaan het hoogst achtte was de trouw van het gegeven woord. De gehele Heidense mythologie bestaat uit lofzangen op helden die hun eer en geluk offerden aan de trouw. Bij de oude Germanen vernederde trouwbreuk niet enkel het individu, maar het bracht schande over de gehele familie en stam. Dit komt tot uitdrukking op het einde van de Beowulf, waar Wiglaf zijn kameraden die hun heer in de steek hebben gelaten, toe spreekt: "Uw geslacht zal verstoken zijn van schatten en geschenken, van de vreugde der vaderlijke erfenis, van aller steun; zelfs de rechten der burgergemeenschap zullen zij missen en van alles beroofd rondzwerven, steeds vervolgd door de herinnering aan uw onterende daad. Voor iedere krijger is de dood beter dan een leven van schande."

De strak gecentraliseerde staten zoals we die tegenwoordig kennen, waren de Germaanse volkeren volkomen vreemd. De oude Germanen kenden de schijnrechten en schijnvrijheden van een in wetten en voorschriften gebonden burger eigenlijk niet. De Germaanse geest schiep vrije individuen, die heer en meester over hun eigen handelingen waren. Zij stelden zelfhandhaving hoger dan onderwerping, kozen hun eigen meesters en hielden elke vorm van autoriteit in eigen hand. De proto-democratische Dingvrede, waar recht gesproken werd, conflicten werden opgelost en nieuwe wetten werden aangenomen, was hier een van belangrijkste de expressies van.
De Heidense goden
Wij vereren de Germaanse goden niet omdat het vergeten archeologische antiquiteiten zijn, maar omdat het levende en krachtige energieën zijn die nog steeds in ons volk huizen. Zij leven oneindig voort in het groepsgeheugen en het collectieve onderbewustzijn van de nazaten van de Germaanse volkeren. Als etnische en spirituele voorgeschiedenis van onze volksgemeenschap, is het Germaanse Heidendom een onmisbaar onderdeel van ons volksbewustzijn en vormt het de essentie van onze volksgeest.
De mensheid en godheid representeren dus niet twee gescheiden werelden, maar liggen in het verlengde van elkaar. Indien de Germaan een god zijn vriend noemt, dan bedoelt deze niet dat hij in een persoonlijke verhouding staat ten opzichte van een wezen van een hogere orde, maar dan betrekt hij die godheid binnen zijn eigen levenskring. Door te offeren komt de mens in een innige verhouding met de goden. Dit is echter niet zonder enig risico. In de Edda kan men lezen: "Beter niet gebeden, dan teveel geofferd" en "elke gave verwacht hare vergelding". Een offer aan de goden werd gezien als een zwakheid van de mens. Immers hoeft een mens met een sterke eigen kracht, geen steun buiten zichzelf te zoeken.
Het Germaanse spirituele gevoel werd gewekt door haar onophoudelijke strijd met de machten der natuur. De Germaan vereerde de natuur als zijn bondgenoot, die hem het leven op aarde mogelijk maakte. Uit deze vereerde natuurmachten hebben zich toen de goden ontwikkeld, die in hun menselijke vorm met de mens in contact konden treden en van de geboorte tot de dood bescherming boden.
De komst van het Christendom heeft de Germaanse volksgeest niet kunnen vernietigen. Hoewel de Germaanse tradities en gebruiken lang verwaarloosd en vergeten zijn, kunnen deze nog in alle aspecten van onze samenlevingen terug gevonden worden. Ook vandaag de dag kan men amper nog een volksgebruik of volksfeest noemen dat niet uit de Heidense tijd stamt. De levende en krachtige energieën van de Germaanse goden bevinden zich nog steeds onder ons. De Germaanse mythologie fungeert als een waardevolle tijdcapsule gevuld met esoterische wijsheden, die ons laten zien hoe de verre voorouders van ons volk in het leven stonden. Het biedt ons een lichtend baken in deze vervreemding en ontworteling van de moderne maatschappij.

Het spreekt vanzelf dat wij als Germaanse Heidenen iedere vorm van apathie en passiviteit verwerpen. Heiden zijn betekent allereerst denken en handelen volgens de wijsheden die onze Germaanse voorouders ons te bieden hebben. Het biedt een alomvattende Germaanse ethiek die op alle aspecten van het leven toegepast moet worden. Het is onze taak om te strijden voor de wederopleving van het Germaanse volksbewustzijn om zo onze verre voorouders en toekomstige generaties te eren. Daarom pleiten wij voor een Heidens militantisme: geen Heidendom van het woord, maar van de daad!
Noten:
* De negen nobele waarden der Germaanse mythologie: Moed, Waarheid, Eer, Trouw, Discipline, Gastvrijheid, Vlijtigheid, Zelf behulpzaamheid, Volharding.
** De IJslandse Víga-Glúms saga, die in de eerste helft van de 13de eeuw werd opgetekend.